Kamal over talen leren: “Ik vond talen leren als kind niet leuk, maar nu weet ik voor mezelf hoe ik talen leren wel leuk houd

Voor je werk in je geboorteland gaan wonen en daardoor vanuit de praktijk meerdere talen die er in India zijn leren. Voor de uit India geadopteerde Kamal (41) was dat niet vanzelfsprekend. “Ik heb geen talenknobbel en vond het vroeger daardoor niet echt leuk om talen te leren. Maar ik vond het zo erg hoe India eruitzag toen ik daar als jongere naartoe ging op rootsreis, dat ik van jongs af aan zei: ik wil de mensen daar gaan helpen.”

Die taalbarrière voor Kamal begon toen ze Engels ging leren en merkte dat ze het best lastig vond. Ze vertelt daarover: “Op mijn 24ste heb ik de stap gemaakt om voor een halfjaar alleen naar India te gaan om daar vrijwilligerswerk te doen zonder goed Engels te kunnen. Engels spreken heb ik eigenlijk vooral in India geleerd.” In die tijd werkte ze in Mumbai voor een project met weeskinderen en gehandicapte kinderen. “En daardoor leerde ik langzamerhand woordjes Hindi en Marathi.”

Vooraf heeft ze geen uren in Indiase taallessen gestoken. “Ik ben echt een praktijkmens, mijn Engels is vooruitgegaan toen ik daar veel Engels sprak. Maar ik kreeg dus ook met Indiase talen te maken zoals Hindi en Marathi. Ik merkte dat als je dat niet verstond, je best wel alleen was. Dan verstond je gewoon niets van wat er om je heen gezegd werd.” Het dwong haar om die talen beter te leren kennen. “Daardoor zou ik natuurlijk ook beter met de kinderen kunnen praten over wat ze willen of nodig hebben op dat moment.”

Meerdere talen leren  

Toen ze na dat halfjaar weer in Nederland was, kreeg ze heimwee naar India. Daardoor ging ze na vier maanden alweer terug en heeft ze daar vervolgens voor acht maanden gewerkt. Uiteindelijk heeft ze verdeeld over negen jaar diverse periodes in India gewerkt en kwam ze ook weer met andere talen in aanraking. “Ik heb vijf jaar in Mumbai gewerkt. Daarna werkte ik nog aan een project met straatkinderen en daar spraken ze Kannada. Dat is weer een hele andere taal in India. Je hebt er in totaal 22 erkende talen en nog duizenden dialecten.” 

En ja, dat vond Kamal soms best wel lastig, maar ook merkte ze dat ze het leuk vond om hierdoor meer te weten te komen over haar geboorteland. “Het waren straatkinderen waar ik mee te maken had voor een project, daardoor moest ik proberen woorden te leren om met hen te kunnen werken. Sommigen konden wel wat Engels, anderen niet en op die manier leerde ik de basis van Kannada.” Voor een project in de ouderenzorg kreeg ze vervolgens te maken met Tamil, nog weer een andere taal in India. “Niet dat ik al die talen nu vloeiend spreek, maar ik ken nu meerdere talen in India toch een beetje.” 

Niet Indiaas, niet Nederlands 

Inmiddels is ze zes jaar niet meer in India geweest om er te werken. Desondanks denkt ze Hindi en Marathi nog wel voldoende in haar hoofd te hebben, net als Tamil omdat ze vrienden heeft die dat spreken. Maar over Kannada zegt Kamal: “Kannada is naar mijn idee meer cirkels die je moet kunnen lezen, het is echt een hele andere taal en is daardoor behoorlijk weggezakt. Van Tamil ken ik nog wel de basis, wanneer ik dat hoor kan ik wel meerdere woorden vertalen, maar een gesprek aangaan blijft soms best lastig. Dan kan ik beter overgaan op Engels. Ik merk namelijk ook dat mensen aan mijn uitspraak horen dat ik niet uit India kom.

Als het gaat om talen voelt Kamal zich daardoor dan ook niet echt verbonden met India. “Ik voel me eigenlijk nooit goed genoeg als het gaat om de taal, want ze merkten daar altijd meteen dat ik niet echt Indiaas ben. Dat ik me daardoor nooit echt verbonden voelde met de talen die India heeft, vind ik erg jammer. Ik zie er dus wel uit als iemand die uit India komt, maar ben het daar toch niet.” Ze vervolgt: “Hier is het vervolgens zo dat je er niet uitziet als een Nederlander, dan zie je er Indiaas uit, maar ben je het ook weer niet.” 

Wel voelt ze zich heel erg verbonden met de Indiase cultuur. Bijvoorbeeld door het eten wat ze er hebben en de tempels die ze daar heeft gezien. “En ook met de mensen daar, daar voel ik me meer verbonden mee. Met de Indiase talen dus niet, maar het doen en laten van de mensen zoals met je handen eten en hoe ze daar zitten, in de kleermakerszit, dat vond ik echt geweldig. Daarin zie ik dat ik me echt verbonden voel met India.” 

Google Translate

Kamal merkt dat, tegenwoordig door alle digitale mogelijkheden, het communiceren met mensen in een andere taal stukken makkelijker is geworden. Omdat ze nu al een aantal jaar niet meer in India werkt, is het voor haar minder noodzakelijk om de Indiase talen die ze een beetje kan te blijven onderhouden. “Ik merk dat ik minder motivatie heb om vooraf nog veel in die talen te investeren omdat je nu gewoon Google Translate hebt. Dus nu denk ik sneller van oké, we gaan zien hoever we komen en anders pak ik gewoon mijn telefoon met Google Translate erbij. Het scheelt verder ook dat ik heb gemerkt dat er in India tegenwoordig veel meer mensen prima Engels spreken in vergelijking met vroeger.”

Kamal heeft een OCI Card, waarbij OCI staat voor Overseas Citizen of India, en daardoor kan ze naar India gaan wanneer ze maar wilt. Vaker naar India gaan om in elk geval vloeiend Hindi te leren spreken had ze zeker wel gewild: “Maar dan had ik wel meer een talenknobbel moeten hebben. Je kan je heel erg focussen op datgene wat je graag wil leren en beter in wilt worden en er ondertussen vaker tegenaan lopen dat het toch niet lukt of gewoon genieten van de keren dat je daar bent en dan niet de focus leggen op al die talen. Ik heb nu voor dat laatste gekozen.” 

Gewoon proberen  

Nu Kamal terugblikt op hoe zij in die jaren basiswoorden Hindi, Marathi, Kannada en Tamil heeft geleerd (zonder Google Translate) concludeert ze: “Gewoon gaan doen en vragen als dat nodig is, is de makkelijkste oplossing als je niet zo talig bent. Bijvoorbeeld als je wilt weten hoe je moet zeggen wat je wil eten en drinken in een lokaal restaurant. Wie weet wil een medewerker dan wel aan je uitleggen hoe je iets uitspreekt, wat je dan voor jezelf kan opschrijven voor hoe je dat een volgende keer kan zeggen.”  

Wat ze ook heeft gemerkt is steeds in kleine hoeveelheden nieuwe woorden leren. Elke dag vier woorden leren bijvoorbeeld in plaats van zoveel als mogelijk in één keer willen leren. “In mijn geval bleef ik toch nog een tijdje in India, dus als je begint bij de basis leren, bijvoorbeeld hoe je dankjewel zegt en hoe je zegt hoe je heet, schreef ik dat op en ging ik eerst dat verschillende keren herhalen in de praktijk.” De gedachte om het gewoon te gaan doen en vragen als dat nodig is, is wat Kamal in elk geval erg heeft geholpen in die jaren in India. “Een taal moet leuk blijven om te leren in plaats van dat het iets is wat moet van jezelf om je beter verstaanbaar te kunnen maken. Ga daarom met de mensen die de taal goed spreken bijvoorbeeld zingen, waarbij je begint met simpele kinderliedjes. Kortom, maak het voor jezelf interessant Ã©n voor degene die jou de taal leert ook leuk”, sluit Kamal af.