Adoptie en gehechtheid; een veranderend narratief 

Wanneer er wordt gesproken over de impact van afstand en adoptie gaat het vaak over het thema hechting, ofwel gehechtheid. Binnen het adoptieveld roept het woord ‘hechting’ bij sommige mensen weerstand op. In dit artikel gaan we in op wat hechting of gehechtheid eigenlijk is, welke rol het speelt wanneer we het hebben over de impact van afstand en adoptie en waarom de term gehechtheid de voorkeur verdient.  

Wat is hechting? 

Hechting kan worden omschreven als de wederzijdse, duurzame emotionele band tussen een kind en diens ouders of verzorgers. Hechting is een thema dat voor iedereen speelt, elk mens maakt daarin een proces door. Hechting is altijd persoonsgebonden. Met de ene persoon kan een kind een veilige gehechtheidsrelatie opbouwen en met een ander een onveilige relatie. Ook kan de relatie met een persoon aan wie het kind veilig gehecht is, tijdelijk onveilig voelen. De eerste gehechtheidsrelaties worden gevormd als een kind tussen de 6 en 12 maanden oud is. Het gedrag van de verzorger speelt een grote rol in het ontwikkelen van een veilige gehechtheidsrelatie. Een kind heeft sensitieve, responsieve ouders of verzorgers nodig om zich veilig te kunnen hechten. Aan het gedrag van het kind is te zien of een kind veilig of onveilig gehecht is. 

John Bowlby, een Brits psychiater en Mary Ainsworth, Amerikaans psycholoog waren de eersten die de band tussen ouder en kind onderzochten in termen van hechting en de gehechtheidstheorie. Sindsdien is er veel onderzoek naar verricht.  

Hechting en adoptie 

De reden dat hechting bij afstand en adoptie een veelvoorkomend thema is, komt doordat de eerste levensjaren van belang zijn voor het opbouwen van basisveiligheid en basisvertrouwen. Dat is nodig voor een veilige hechting. Bij mensen die afgestaan en geadopteerd zijn, vond er op jonge leeftijd een scheiding van hun ouders plaats. Vaak volgden daarna nog meerdere overplaatsingen (naar bijvoorbeeld tehuizen of pleeggezinnen) voordat ze geadopteerd werden. Bovendien zijn ze uit hun vertrouwde omgeving en context gehaald. Continuïteit in aandacht en zorg ontbrak daarbij vaak. Dit kan veel impact hebben op het gevoel van veiligheid en vertrouwen.  

Uit onderzoek weten we dat onveilig gehechte kinderen toch veilige gehechtheidsrelaties kunnen opbouwen als hun verzorgers zorgen voor positieve gehechtheidservaringen. De draagkracht van het kind in combinatie met de inspanningen en vaardigheden van de adoptieouders kunnen dan leiden tot een veilige gehechtheidsrelatie. Toch is dit niet altijd mogelijk. In sommige gevallen kan er gesproken worden van onveilige hechting, hechtingsproblematiek of een hechtingsstoornis.  

Onveilige hechting, hechtingsproblematiek en –stoornis 

Het is belangrijk om het verschil tussen onveilige hechting, hechtingsproblematiek en een hechtingsstoornis te benoemen. Het verschil zit vooral in de ernst van de klachten.  

Onveilig gehechte kinderen hebben (iets) minder vertrouwen in zichzelf en de voor hen belangrijke volwassenen om hen heen. Ongeveer 30 tot 40 procent van de kinderen in Nederland is onveilig gehecht aan hun ouders of verzorgers. Een onveilige gehechtheidsrelatie komt dus relatief vaak voor. Ondersteuning en behandeling is niet altijd nodig. 

 Er is pas sprake van hechtingsproblematiek wanneer een onveilige gehechtheidsrelatie samengaat met problemen in die relatie. Denk bijvoorbeeld aan terughoudendheid uit angst voor boosheid, verlatingsangst of please-gedrag. Er is een gestandaardiseerde manier om vast te stellen of er sprake is van problematische gehechtheid. Wanneer er sprake is van gedrag dat bij onveilige hechting past en problemen in de gehechtheidsrelatie, dan betekent dit niet dat er ook sprake is van een hechtingsstoornis. De cijfers lopen uiteen, maar naar schatting heeft ongeveer 15 tot 30 procent van de kinderen in Nederland te maken met hechtingsproblematiek.  

Hechtingsstoornissen zijn zeldzaam, naar schatting is er bij slechts één procent van alle kinderen sprake van een hechtingsstoornis. Een hechtingsstoornis is een psychiatrische aandoening en wordt beschreven in de DSM-5, het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. Situaties die kunnen leiden tot een hechtingsstoornis zijn bijvoorbeeld ernstige verwaarlozing, mishandeling of het hebben van veel verschillende verzorgers. In de praktijk wordt dit zichtbaar door bijvoorbeeld geremd en emotioneel teruggetrokken gedrag, of juist het te makkelijk op onbekenden afstappen. Daar kun je hier meer over lezen. De DSM-5 beschrijft gedragingen en uitingen van gekaderde problematiek. Wanneer je je hier (deels) in herkent, betekent dit niet direct dat je ook te maken hebt met een hechtingsstoornis.  

Negatieve lading 

De term hechting heeft voor sommige mensen die geadopteerd zijn een negatieve lading gekregen. Een van de oorzaken daarvan is de manier waarop door sommige ondersteuners in het veld werd en wordt omgegaan met hechting. Uit onderzoek weten we dat dit als schadelijk kan worden ervaren door geadopteerde mensen die hulp zoeken.  

In gesprekken over afstand en adoptie wordt soms snel naar hechting gekeken als verklaring voor problemen of terugkerende thema’s. Dit kan helpend zijn wanneer het zorgvuldig en in de context gebeurt. Maar het kan ook te smal worden wanneer er minder aandacht is voor andere lagen, zoals rouw en verlies, loyaliteit, identiteit, racisme en discriminatie. Voor mensen die geadopteerd zijn kan dit voelen alsof de gevolgen van wat hen is overkomen vooral bij henzelf worden neergelegd, terwijl afstand en adoptie geen keuze van het kind waren en geadopteerde volwassenen wel met de gevolgen daarvan moeten leven. 

Een voorbeeld daarvan zien we in de zorgstandaard voor psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen. Zo wordt bij het behandelen van hechtingsstoornissen naast de zorg voor het kind, ook gesproken over het ondersteunen van de (adoptie)ouders: 

 “Help de ouders om te gaan met het problematisch gedrag van hun pleeg- of adoptiekind. De problemen van kinderen met een hechtingsstoornis kunnen immers het nieuwe gezin zwaar belasten.” (hoofdstuk 5.6.6) 

Dit legt de nadruk op tekortkomingen en de last die het kind veroorzaakt in het gezin. Daarmee bestaat het risico dat een logisch gevolg van afstand en adoptie wordt gepathologiseerd, terwijl kinderen daar zelf niet voor hebben gekozen. Daarom kan deze denkwijze door geadopteerde volwassenen als onterecht en stigmatiserend worden ervaren.  

Ook het benaderen van hechting door de lens van hechtingsproblematiek of een hechtingsstoornis kan problematiserend zijn. Daarbij lijkt er minder ruimte te zijn voor systemische factoren, omdat de focus ligt op het individu en het corrigeren daarvan. Op deze manier worden problemen rondom hechting tot een individueel probleem gemaakt, terwijl afstand en adoptie juist plaatsvinden in een sociale, culturele en politieke context. Dit kan als stigmatiserend worden ervaren.  

In gesprek met (andere) geadopteerden kan het fijn zijn als je je hier bewust van bent en hier erkenning voor geeft. Het is belangrijk dat er aandacht is voor de omstandigheden die kunnen leiden tot een onveilige gehechtheid tussen ouder en kind en dat geadopteerden ontschuldigd worden. 

Hechting versus binding 

Er zijn geadopteerde volwassenen die liever spreken over binding in plaats van hechting. Dit woord heeft aandacht voor de wederkerigheid en schept ruimte om iets op te bouwen. Toch is binding geen synoniem voor hechting. Het mist een empirische basis waarmee kan worden aangesloten bij bijvoorbeeld het zorgveld en de wetenschap, om impact te maken in beleid en onderzoek en daarmee op de kwaliteit van leven. Binding kan wel als aanvullende term worden gebruikt.  

Ter overweging 

Tegenwoordig wordt er steeds vaker gesproken over gehechtheid en de gehechtheidsrelatie, in plaats van over hechting. Bij INEA spreken we bij voorkeur over gehechtheid wanneer de context dat toe laat. De wederkerigheid in de gehechtheidsrelatie komt met deze term meer tot uitdrukking. Daarbij is er ruimte voor wederzijdse ontwikkeling en herstel. 

Natuurlijk moeten we het over gehechtheid kunnen hebben. Dat is in het belang van eenieder, ook specifiek in de context van afstand en adoptie. Het vraagt ook terughoudendheid in hoe snel gehechtheid als verklaring wordt gebruikt. Gehechtheid kan een belangrijk perspectief zijn, maar mag de bredere context van afstand, adoptie, verlies, identiteit en verantwoordelijkheid niet overschaduwen. Laten we het daarom doen met bewustzijn voor de gelaagdheid van afstand en adoptie, zonder onnodig te problematiseren of te pathologiseren, en met erkenning voor diegenen die het als stigmatiserend ervaren. 

Ben je zelf geadopteerd en wil je meer weten over hechting, neem dan contact op met ons loket. Wil je als adoptieouder meer weten over wat er schuilgaat achter het gedrag van je geadopteerde kind? Neem dan contact op met onze ambulant ondersteuners om te kijken of ze iets voor je kunnen betekenen.  

Bronnen 

Branco, S. F., Kim, J., Newton, G., Cooper-Lewter, S. K., O’Loughlin, P.: Out of the Fog and into Consciousness: A Model of Adoptee Awareness (2023). International Body Psychotherapy Journal, 22, 53-66.  

Dries, L. van den, Juffer, F., IJzendoorn, M. H. van & Bakermans-Kranenburg, M. J.: Fostering security? A meta-analysis of attachment in adopted children (2009). Children and Youth Services Review, 31, 410-421. 

GGZ Standaarden: Psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen: diagnostiek hechtingsstoornissen. Web: https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/psychotrauma-en-stressorgerelateerde-stoornissen/behandeling-en-begeleiding/psychologische-behandeling-volwassenen/bij-hechtingsstoornissen-rhs-en-oscs  

Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming: Richtlijn Problematische gehechtheid (2020). Web: https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/problematische-gehechtheid  

Rosmalen, L. van: De gehechtheidstheorie van Bowlby én Ainsworth (2015). Universiteit Leiden. Web: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2015/07/de-gehechtheidstheorie-van-bowlby-en-ainsworth  

Sterk Huis: Hulp bij hechtingsproblematiek: ontdek de oorzaken, symptomen en behandelingsopties (2025). Web: https://www.sterkhuis.nl/hulp-bij-opvoeden/hechtingsproblematiek/ 

Vinke, A., Juffer, F.: Wat is gehechtheid? (2024). Web: https://www.pleegzorg.nl/bibliotheek/35-opvoeding-en-ontwikkeling/24-gehechtheid/180-wat-is-gehechtheid  

Vinke, A., Juffer, F.: Verschil tussen onveilige gehechtheid en een hechtingsstoornis (2023). Web: https://www.pleegzorg.nl/bibliotheek/35-opvoeding-en-ontwikkeling/42-gehechtheidsproblemen/393-verschil-tussen-onveilige-gehechtheid-en-een-hechtingsstoornis  

Willems, R.: Vragen over adoptie: anamneselijst voor hulpverleners (2023). Uitgeverij SPW.

Redactie

Thema

Familie en gezin, Gezondheid, Identiteit, Psychosociale ondersteuning, Wetenschap

Doelgroep

Geadopteerden, Hulpverleners, Naasten en omgeving, Onderzoekers

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief!

Inschrijven