Kunnen we internationaal samenwerken om de mogelijkheden te verbeteren om te zoeken naar biologische familie? Dat was het thema van een werkoverleg op 7 en 8 oktober georganiseerd door INEA. Vertegenwoordigers uit negen Europese landen spraken over dit complexe thema.
In steeds meer Europese landen dringt het besef door hoe belangrijk het is om te kunnen zoeken naar biologische familie. Hoe urgent het is, maar ook hoe ingewikkeld is. Hoe kunnen we dit nu het beste, en het meest efficient, organiseren? Kunnen we krachten bundelen en voorkomen dat we allemaal het wiel proberen uit te vinden?
INEA organiseerde een overkoepelend overleg waarin partners uit verschillende netwerken bijeenkwamen om informatie te delen en na te denken over samenwerking omtrent zoeken naar biologische familie. Er waren vertegenwoordigers van centrale autoriteiten, belangenorganisaties en ISS.
James Timmermans, manager van INEA: “Terwijl er door belangenorganisaties al meerdere jaren best wat initiatieven zijn ondernomen, staat netwerk overstijgende samenwerking op landniveau op het gebied van zoeken naar familie nog in de kinderschoenen. Dat, terwijl de urgentie om familie te vinden steeds hoger wordt. Ouders worden steeds ouder. Met deze bijeenkomst is een vruchtbare eerste stap gezet om een duurzame internationale samenwerking op te zetten waar mensen met een adoptieachtergrond wereldwijd hopelijk veel aan zullen hebben.”
Ontmoeten, verkennen en kennis uitwisselen
De eerste dag stond in het teken van elkaars werkzaamheden en expertises beter te begrijpen. Er was aandacht voor de verschillende manieren van zoeken naar familie. Er waren presentaties van vertegenwoordigers uit België, Frankrijk, Zweden en Zwitserland. De Nederlandse belangenorganisaties Ibu Indonesia en Plan Kiskeya presenteerden hun projecten in Indonesië en Haïti. INEA ondersteunt deze projecten financieel vanwege hun bewezen succes en grote potentie om te groeien en te professionaliseren.
Tijdens de tweede dag spraken de deelnemers in kleine groepen over mogelijkheden om internationaal samen te werken. Ze onderzochten de vragen hoe verschillende partijen kunnen aansluiten op bestaande initiatieven en de mogelijkheden om gezamenlijk zoekprojecten op te zetten.
Concrete opbrengst: delen informatie landenprofielen en samenwerking op land van herkomst
Een concreet voorbeeld van de opbrengst van de twee dagen is het uitwisselen van informatie over zoekmogelijkheden per land. Waar sommige landen bezig zijn met het op een rij zetten wat de zoekmogelijkheden zijn per land, hebben anderen die informatie al. Er is afgesproken om die landenprofielen met elkaar te delen.
Een ander voorbeeld van mogelijke samenwerking is het project van Ibu Indonesia. Ook in Zweden zijn veel personen die geadopteerd zijn uit Indonesië. Zouden zij ook kunnen zoeken via Ibu Indonesia? En wat is daarvoor nodig? De eerste plannen zijn daarvoor op papier gezet. Plan Kiskeya, die zoeken met behulp van DNA faciliteert in Haiti, onderzoekt dit voor het Franse ISS lid Droit d’Enfance. Ook zullen INEA en het Franse ISS lid hun projecten in Sri Lanka op elkaar afstemmen. Andere landen gaan ook onderzoeken of ze daarbij aan kunnen sluiten.
Toekomstige samenwerking
Ondanks de vruchtbare eerste bijeenkomst, realiseerden de betrokkenen ook dat voor duurzame internationale samenwerking meer nodig zal zijn. Duurzame samenwerking vraagt om vaker (online) samenkomen en ideeën concretiseren. Er zullen in de toekomst dus meerdere bijeenkomsten georganiseerd worden. Een streven is om ook andere organisaties met concrete, bewezen, zoekprojecten in landen van herkomst, net zoals de projecten van Ibu Indonesia en Plan Kiskeya, binnen deze overleggen een plek te geven. Want waar alle deelnemers het mee eens waren: internationale samenwerking is noodzakelijk om de kansen op het vinden van biologische familie te vergroten.




